Verhalen uit de praktijk

‘Spread your wings and fly’

“Het is een dagpauwoog”, zegt mijn cliënt Freek na een stilte. Ik volg zijn blik richting matras en zie daar tot mijn verbazing een vlinder zitten. “Er viel ineens iets vanaf het plafond naar beneden”, licht Freek toe, “en dat was dus een cocon. Ik zag die vlinder er net uitkomen.”

Dit gebeurt aan het eind van de laatste sessie met Freek. Hij is bij mij via een reïntegratiebureau. Het eerste traject van acht sessies, waarin de focus lag op het verwerken van het pesten in zijn jeugd en een loopbaan van twaalf ambachten en dertien ongelukken, hadden we een half jaar daarvoor succesvol afgesloten. Hij had tot zijn vreugde een baan met opleiding gevonden in de zorg.

‘Teken jezelf eens in het diepe
Binnen enkele maanden stond hij echter weer op straat. Ontslagen. Via het bureau krijgt hij nog een viertal sessies vergoed. De eerste keer dat ik hem weer terug zie schrik ik een beetje. In plaats van de stralende Freek van wie ik een half jaar daarvoor afscheid had genomen, zie ik een terneergeslagen man. “De eerste paar maanden gingen heel goed. Maar toen kwam ik op een zware afdeling waar ik geen begeleiding kreeg”, vertelt hij. Zijn verhaal over wat er op die afdeling gebeurde bestaat uit een aaneenschakeling van misverstanden en pech.

dagpauw02Het begon al bij het voorgesprek op die nieuwe afdeling. “Ik voelde me in het diepe gegooid” zegt hij. Daarop vraag ik hem: “Teken jezelf eens in het diepe”. Hij tekent een klein mannetje in een oceaan. Met zijn vinger op het mannetje komen de emoties boven en verschuift het beeld naar het pesten op de basisschool. Het doorvoelen van de angst en de machteloze woede van het kind brengen hem steviger in het heden. Compassie met het kind in hem doen hem weer respect voor zichzelf ervaren. De baan is hij verloren; zijn gevoel voor eigenwaarde wint hij weer terug in de sessies die we doen. Uiteindelijk tekent hij een boot op die oceaan waar hij als kapitein aan het roer staat. Het kleine mannetje krijgt een grote reddingsboei. “Ik kan mijzelf redden”, zegt hij terwijl hij zijn rug recht.

Uit zijn cocon
Ontroerd kijken we naar de vlinder. “Uit zijn cocon gekomen, net als jij”, zeg ik. Hij grinnikt: “Ja, ik hing ook ergens zonder bodem onder mijn voeten en ingesponnen. Het was wel even pijnlijk, die val op jouw matras. Maar ik ben er doorheen gegaan en nu kan ik mijn vleugels uit slaan”. De vlinder zit nog steeds roerloos terwijl ik het raam openzet. Freek pakt  hem voorzichtig op en opent zijn handen weer bij het raam. “Spread your wings and fly”, zegt hij terwijl hij de vlinder nakijkt.

Dan nemen we afscheid. Ook Freek gaat binnenkort vliegen: hij heeft besloten om met zijn gezin naar Noorwegen te emigreren om daar een nieuwe toekomst op te bouwen.

(persoonlijke gegevens cliënt gewijzigd)

Een nieuwe blik op de wereld

Met mijn cliënte Sietske vordert de therapie aanvankelijk moeizaam. Ze is bij me omdat ze niet weet wat ze wil met haar leven en omdat ze somber en angstig is. Ze heeft conservatorium gedaan, maar mist de passie in haar cellospel. In haar werk in de ICT is ze succesvol, maar het bevredigt haar niet.

Haar ouders waren bepaald niet geschikt als opvoeders en in driftige buien sloeg haar vader haar regelmatig. In de eerste paar sessies komt ze moeilijk in trance, haar afweer is te groot. Ze wil en kan de beelden nauwelijks onder ogen zien.

Een meisje valt van de fietssietske
Daags na een sessie met haar loop ik richting station en zie een meisje van een jaar of tien met een smak van haar fiets vallen. Voorover gebogen over het huilende kind merk ik dat tegelijkertijd een andere voorbijganger zich over het meisje buigt. Terwijl we haar troosten kijk ik de andere helpster aan. Het is Sietske. Verbaasd en ontroerd kijken we elkaar aan.

Dit wonderlijk toeval luidt een nieuwe fase van de therapie in. Stap voor stap kan ze de pijn van het kind in haar voelen. Kan ze náást het kind staan, zich erover heen buigen en haar troosten. Ze begint te rouwen om de mishandelingen in haar jeugd in plaats van te zeggen dat het allemaal wel meeviel, “want mijn vader bedoelde het niet zo kwaad”.

Een kind dat wil spelen
Het is alsof het mishandelde kind dat in haar gevangen zat, weer vrij komt. Een kind dat wil spelen! Na een van de laatste sessies laat ik een opgeluchte Sietske uit. Bij de voordeur kijkt ze de Kolenstraat in en ziet de bogen aan het begin van de straat. “Wat mooi”, zegt ze, “Zitten die er allang?” “Sinds de achttiende eeuw”, antwoord ik lachend. Sietske is geboren en getogen in de historische binnenstad van Zutphen en komt nu al een paar maanden bij mij. Voor het eerst ziet ze de bogen.

Trauma’s leiden tot een kokervisie, je ziet de wereld om je heen beperkt en door een donkere bril. Verwerking brengt je weer thuis bij jezelf. Dan zie je de schoonheid weer van de wereld om je heen.

(persoonlijke gegevens cliënt gewijzigd)

Tinnitus, slapeloosheid en angst voor de dood

Diane is bij me gekomen omdat ze last heeft van angst voor de dood, van tinnitus en slapeloosheid. In het voorgesprek van de vierde sessie vertelt ze: “Ik hoor altijd na een lange autorit nog een paar dagen een bromtoon in mijn hoofd, van het geluid van de motor. En vannacht werd ik wakker van een hele enge droom.”

Een motorongeluk van haar oom
“Het was alsof een zwarte schim uit mijn droom echt bij mijn bed stond.” Bij mij op de matras durft ze de schim te vragen wat hij komt doen. Verbaasd doet ze haar ogen weer open: “Hij zegt dat hij Gerard is, dat is een jong overleden broer van mijn moeder.”

Haar lichaam begint te reageren, ze trekt met haar hoofd. Ze voelt een vreemde tinteling aan de rechterkant. Dan rolt ze verkrampt op haar zij, tot haar hoofd scheef van de matras hangt. “En dan zweef ik erboven”, zegt ze. Ze voelt zich een jongen van achttien jaar, het is donker, het is glad, en hij rijdt hard op zijn motor over een plattelandsweggetje. Het is carnaval en hij wil naar zijn familie. Diane ligt op de matras met beide handen omhoog, alsof ze krampachtig het stuur van een motor vast heeft die begint te slippen. Ze slingert over de matras en roept: “Oh nee, oh nee…” De motor gaat onderuit, hij tuimelt een sloot in en komt met de rechterkant van zijn hoofd op een stenen duiker. In één klap is hij dood. Zijn ziel blijft hangen bij zijn familie, tegenover wie hij zich intens schuldig voelt.

De kwartjes vallen
uiterNu kan Gerard het ongelukkige einde van zijn leven beseffen en verwerken. En Diane voelt hoe de klap van de duiker uit haar systeem gaat; ze beseft dat háár hoofd ongeschonden is. Ze voelt dat het geluid van de motor uit haar hoofd verdwijnt.

Dan valt bij Diane het ene kwartje na het andere. Ze vertelt dat ze begin twintig haar motorrijbewijs wilde halen, maar zich bedacht toen ze bij iemand achterop zat en de motor bij tegenwind ging slingeren. En dat ze als enige van haar grote familie het erg vond dat de oude boerderij verkocht werd en gesloopt. Ze begrijpt nu ook haar nostalgische hang naar de jaren vijftig van de vorige eeuw. En het is duidelijk waar een paniekaanval met doodsangst op haar achttiende mee te maken had. Die begon met een plotseling tintelend verlamd gevoel aan de rechterkant van haar hoofd.

Het effect
Toevallig kom ik haar de volgende dag tegen als ik door de uiterwaarden van de IJssel loop. Ze vertelt dat ze die ochtend haar moeder heeft gebeld over oom Gerard. Die dacht dat het ongeluk op Koninginnedag gebeurd was en hij op de motor op weg was naar vrienden. Gespannen vraagt Diane me: “En ik zei in de sessie dat het carnaval was en dat hij naar zijn familie wilde. Klopt het dan allemaal niet?” Ik vertel haar dat op de details wel wat ruis kan zitten. “Belangrijker lijkt me het effect voor jou. Hoe heb je geslapen?”, vraag ik. Blij zegt ze: “Heerlijk, ik kan me niet heugen dat ik zo lekker heb geslapen. Aan één stuk door de hele nacht!”

(persoonlijke gegevens cliënt gewijzigd)